Boekentoreneffecten

Het woord ‘examens’ verovert zich weer een dominante plaats in mijn hersenpan. Dat wil zeggen: elk springuur is een bezoekje aan de Boekentoren waard. De voorbije weken werkte ik onverdroten aan mijn lectuur van ‘de Laelius oftewel Laelius de amicitia‘ (Cicero). Het effect op de gezichten van je wetenschappen- of alleszinds iets-met-statistiek-studerende buren is, hoewel zeer voorspelbaar, het observeren waard. Nieuwsgierige blikken veranderen snel in subtiele ik-ben-vooral-niet-vreemd-aan-het-kijken-blikken wanneer ze de titel van je woordenboek opmerken. Diezelfde blikken gaan dan richting buurvrouw of -man en beiden kijken elkaar bevreemd aan. (Ik weet niet of daaruit ooit als iets moois is gebloeid, maar ik beeld me altijd in van wel.) Vluchtig heen-en-weer-gekijk naar mijn cursus: What the f*ck is die aan het doen? Een enkele durver vraagt dan wat ik studeer, wat ik ermee gaan doen en of ik leerkracht zal worden. Met zo’n opgetrokken neus, alsof je de stront van je bekakte latijnstudentjes gaat oprapen in plaats van ze de naamvallen te laten opdrammen. Of je wordt zo’n nutteloze sukkel, waarvoor zij later belastingen moeten betalen. Ter afronding voegt, alvorens voor naar zijn statistiekjes terug te keren, er nog aan toe: “Tsja, ik heb Latijn gedaan tot het vierde, maar daarna ben ik ermee gestopt.” Het klapke van “maar daarna wordt het pas leuk”, laten wij ondertussen al lang achterwege.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Want wij kunnen de wereld aan

Horden campagnevoerende (al dan niet) wannabe-studentenvertegenwoordigers maken deze week de blandijngangen onveilig. Elk lesbegin wordt getekend door een bezielde redevoering van een militant die ons wil overtuigen het bolletje naast zijn naam aan te klikken als we ons straks op de virtuele stemgrond begeven. Vurig overtuigen ze ons van het belang van onze stem. (En je kan ze geen ongelijk geven als je weet dat er bij de vorige verkiezing iemand is verkozen met 19 stemmen. Dat de belangrijke meneren dan Oost-Indisch doof blijven voor de piepjes van dat kleine opdondertje, lijkt me logisch.)
Zo’n speech creëert een bijna revolutionnaire sfeer, een soort aards paradijs wacht ons op, als we maar gaan stemmen. Als eb en vloed golft hun jonge overmoedigheid het auditorium door. Een halo. Gewoon omdat het mag, omdat het kan en omdat het belangrijk is. Schamper, maar met vertrouwen in de toekomst. Want wij kunnen de wereld aan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Lichaamsversiering

Ik heb 61 paar oorbellen, waarvan:

- 16 paar stekertjes
- 55 paar hangertjes
- 16 paar dat ik cadeau heb gekregen
- 11 paar die ik zelf heb gekocht
- 34 paar zelf gemaakte

Just so you know.

(En naar het schijnt hebben sprekers van mijn dialect moeite met dat en die.)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Anti-depressiva in tijden van regen

Het allergrootste voordeel aan dit wisselvallig rotweer zijn de regenbogen. Deze dagen schuift er niet zelden zo’n wonderlijke lichtweerkaatsing voor de wolken. Schoon toch. Gure wind en klamme vingers trotserend, helpt deze kleurrijke kromme me toch m’n fiets  op. Vanavond was mijn ritje de inspanning helemaal waard. Zonnestralen waar nog regendruppels aanhingen persten zich door gaatjes in de wolken, de grond lag vol spiegelplassen, het rook overal naar regen en m’n hele minitochtje naar de scouts lang passeerde er geen enkel gemotoriseerd gedrocht op vier wielen. Alsof de wereld
heel even in een serre zat, of onder zo’n rode lamp die de kuikentjes warm houdt.
Zo was ook het anders zo roezemoezige scoutsterrein een stille oase, totdat mijn -overigens zeer enthousiaste- medeleiding arriveerde, natuurlijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Locus amoenus

Lang leve de gestolen minuutjes zon in het kleine binnentuintje van de Blandijn, kleine oase tussen woestijnkleurige gangen van onze alma mater. Haar dikke muren sluiten er de foorgeluiden van het Sint-Pietersplein buiten. Het gras is er bezaaid met lezende studenten en Wereldliteratuur drijft voorbij als een witte wolk aan een stralend blauwe hemel. Horatius’ locus amoenus. Ikzelf heb Julie ou la Nouvelle Héloïse van Jean-Jacques Rousseau op schoot. Hij schrijft: Pour être comme tout le monde il faut être comme très-peu de gens. Hier, in de Blandijntuin, ben ik net even als iedereen. Carpe diem.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Crashende kapoenen en koeien op Pluto

Ze kregen een buitenaardse brief. Kunde gij da lezen? Nee jong, hij zit nog maar in ‘t eerste. Lees gij het dan. Maar hunk? Da’s in een andere taal! En toen waren ze vertrokken. Voor echt. Hij was een alien, hij was verdwaald in de ruimte en hij moest terug naar Pluto. Dringend, want zondag is Bella de koe jarig.
De volgende ochtend leek onze fourier verdacht veel op het bovenatmosferische wezen van de avond ervoor. Gelukkig was er een logische verklaring: de fourier in kwestie had een buitenaards neefje. Moogt gij daar dan ook bij logeren, in die zijn ruimteschip?
Ze wouden mee, naar de ruimte. Van ons mochten ze niet vertrekken zonder zuurstofflessen. Plastic flessen en een rubberdarmpje uit den Brico (helpt je écht alles te verwezelijken) doen dienst.
‘s Avonds zijn ze in hun raket gestapt. Ze hadden de leiding zelf in de weer gezien met doeken, stroboscoop en sterren. Maar: Ja mannen, we zijn weg, doet allemaal uwe gordel aan en meteen worden vierendertig imaginaire gordels dichtgeklikt. Magisch moment. Heel de nacht zijn we doorgereisd en we hebben kweetniehoeveel sterren gezien. Ook de oma van Marilou, want die is nu een ster. Die ene, linksboven de maan.
De crash in hun bed, later die avond, was astronomisch (ondanks een enorme suikerboost aan astronautenvoeding in de vorm van snoepsatés). Achtenzestig kraaloogjes staren je vanuit donkere slaapzakken aan. Het licht gaat uit en ze geven geen kik meer (in tegenstelling tot de nacht ervoor, toen ontplofte er een tweede Big Bang in de slaaplokalen).
De volgende ochtend zijn ze Bella’s verjaardagsparty gaan crashen. We hadden een jetlag want we kwamen in een andere tijdszone terecht (het zomeruur). By the way, combo’s van cadeautjes en snoep werken altijd. We vergaten terug te vliegen naar de aarde. De grote helden, die zich hun ouders heten, hebben goddank de weg wel gevonden. Logisch, die weten alles. Mijn papa kent zelfs iemand die tot oneindig kan tellen.
Ik kan niet meer wachten tot het zomerkamp. Mijn voeten geraken morgen wel weer op aarde.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Blote benen

Gisteren kon ik voor het eerst weer in blote benen naar de scouts. Heerlijk was dat.
Dat kuitenstrelende windje op de fiets, een masseur met extra fingerspitzegefuhl heeft er niets aan. Mijn melkflessen waren uiteraard niet de enigen die zich aan de zon waagden. Het was zondag, dus er waren geen bouwvakkers, maar toch dacht ik aan dat ene zinnetje uit het Vrolijk Lentelied. De bouwvakkers hebben na een nare tijd, weer iets om naar te fluiten.
Toekomen op de kapoenenvergadering. Weer echt buitenspelen.
En God, wat had ik een verschrikkelijk goed humeur. Zelfs een gemene streek van een kleine sloeber kon er niet tegen op. Een speelse tik en we doen weer verder. Als een mama-olifant die haar kleintjes een duwtje in de rug slurft. (Geen nood, er kwamen geen tikken aan te pas, dat is verboden.)
Het beste moet nog komen: om vijf uren waren mijn knieën zwart. Ik voelde me weer even zeven toen mijn mama me de trap opjoeg, de douche in.
Voldaan kroop ik onder mijn dekentjes.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie